LASERPATRONEN: eerste indrukken uit de praktijk

Martin Tulp
Jan M. Smit

Geen twijfel over de belangrijkste claim van de producenten van laserpatronen! Deze instrumenten maken het wel degelijk mogelijk om een eenmaal nauwkeurig ingeschoten buks te controleren zonder een schot te hoeven lossen. Ook bij het inschieten van een nieuw gemonteerde kijker kunnen laserpatronen hulp bieden. Op voorwaarde dat ze zuiver concentrisch zijn. Eén verrassende uitkomst van dit onderzoek is dat ze dat niet allemaal zijn!

In het eerste artikel over laserpatronen (zie NJ nr. 16, p. xx-xx) is het principe uitgelegd en vermeld dat er van de zes verschillende merken op dit moment twee in Nederland verkrijgbaar zijn. Van de importeur van 'Laser Bullet®', Frans Diepstraten, kregen wij patronen in de kalibers .222 en .223, almede adapters voor.270 en .30/30; van de firma Mikx als importeur van 'Red-i®' een patroon in het kaliber .270, en in hetzelfde kaliber ook een 'Rec-T-fire®'. Wij kregen niet alleen de patronen mee, maar eerst ook een uitvoerige uitleg en een demonstratie. Dat werd een schokkende ervaring!

Toleranties van de laserpatroon

Een laserpatroon is bedoeld om zo exact mogelijk op een bepaalde afstand de lijn van de loop, de loopas, weer te geven. Tijdens de demonstratie bij de firma Mikx konden we gebruik maken van een soort 'rollenbank' waarop de verschillende delen van de laserpatronen al draaiend op het afkomen van de lichtvlek getest konden worden. Zoals op de afbeelding te zien is, kan de patroon ronddraaien waarbij ondertussen de plaats van de lichtvlek op 20 meter opgetekend kan worden.

Al tijdens de eerste inleidende demonstraties konden we zien, dat er tussen de drie laserpatronen aanmerkelijke verschillen in 'afkomen' van de lichtvlek bestonden. Al draaiend ontdekten wij dat de doorsneden van de 'groepen' tussen de 9 en 140 mm lagen! Zeker reden om dat eens verder te onderzoeken.

Op dat moment wisten wij nog niet hoe concentrisch de laserpatronen waren en omdat dit belangrijk is voor de nauwkeurigheid van het afkomen wilden wij dat uitzoeken op de CaseMaster™ van RCBS. Dit instrument is een hulpmiddel om hulzen en patronen op rondheid en regelmatigheid te controleren. Een meetklok kan zó in positie gebracht worden, dat afwijkingen meetbaar zijn van onder de 0,0001", dat is minder dan 2,5 duizendste millimeter.

Afbeelding 1, rollenbank met laserpatroon
Afbeelding 2, de CaseMaster van RCBS, met daarop de Red-i laserpatroon

De afwijkingen die wij vonden in de rondheid van de respectievelijke onderdelen staan aangegeven in de kolom 'excentrisch' van de tabel. Hieruit kun je al opmaken, dat er verschillen bestaan die meer dan een factor 10 uit elkaar lopen. Het zal dan ook geen wonder zijn, dat met de metingen van het afkomen van de onderdelen en van de complete laserinstrumenten ook opvallende verschillen duidelijk werden, vooral als je het hele apparaat volledig ronddraait. Zie daarvoor de betreffende kolommen onder 'Ø groep'. Onder 'groep' wordt dan verstaan een aantal metingen van de laserlichtvlek.

De mate waarin de instrumenten zonder veel technisch inzicht gebruikt kunnen worden speelt een belangrijke rol. Daarom kan de vrij lastige procedure om bijvoorbeeld de Laser Bullet volledig tot zijn recht te kunnen laten komen, onder veldomstandigheden tot minder goede resultaten aanleiding geven. Daarentegen laat de Red-i zich bijzonder gemakkelijk gebruiken. Van de door ons geteste drie laserpatronen is alleen de Red-i bijna perfect concentrisch. De Rec-T-fire was dat niet en de Laser Bullet zat aan de goede kant.

Enkele websites (zie vorige artikel) leerden dat er nog een paar Amerikaanse merken op de markt zijn. De producent van de Sniper-2000™ is zich terdege bewust van het belang van een concentrische patroon. Zij claimt voor elke individuele laser een accuratesse van een halve boogminuut (MOA), dat is ongeveer 1,4 cm op 100 meter. Strandstar™ is iets bescheidener met een beweerde nauwkeurigheid van 4 cm op 100 meter, en ACU-sight™ claimt onomwonden dat zij er dankzij hun geavanceerde technologie in geslaagd is om de hoogst beschikbare kwaliteit concentrische laserpatronen te produceren. Dat klinkt allemaal heel overtuigend, maar wij willen ze wel eerst op de CaseMaster zien! Temeer ook daar alle drie (in tegenstelling tot de Red-i) gebruik maken van adapters om ze geschikt te maken voor alle mogelijke kalibers!

  Meetresultaten CaseMaster Buks
Test
Instrument Excentrisch Ø groep op 20 m Ø groep op 40 m

1

Red-i .270 laserpatroon compleet < 0,0025 mm draaiend: 9 mm 10 metingen: 14 mm
2

Laser Bullet .223 patroon als basis

0,005 mm draaiend: 23 mm 10 metingen .223: 17 mm

3

Laser Bullet .270 adapter alléén 0.020 mm nvt nvt

4

Laser Bullet .223 in .270 adapter naar gebruiksaanwijzing 0,020 mm 10 metingen, merktekens steeds boven: 9 mm 10 metingen vlgs gebruiksaanwijzing 26 mm

5

Laser Bullet .223 in .270 adapter naar gebruiksaanwijzing 0,020 mm draaiend:43 mm nvt, in strijd met gebruiksaanwijzing
6
Laser Bullet .223 in .270, willekeurig in elkaar gezet 0,020 - 0,025 mm 10 metingen: ellips 40 x 97 mm in strijd met gebruiksaanwijzing

7

Rec-T-fire laser unit 0,025 mm draaiend: 140 mm niet mogelijk
8
Rec-T-fire.270 adapter alléén 0,025 mm nvt nvt
9
Rec-T-fire laser unit in .270 adapter 0,025 - 0,050 mm draaiend: 160 mm 10 metingen: deels buiten A4


Prestaties van de laserpatroon in de buks
Met het correcte inschieten leg je de relatie vast tussen richtlijn en kogelbaan (en daarmee indirect met de looplijn), terwijl de laserpatroon op zijn beurt weer de relatie tussen de richtlijn en looplijn zichtbaar maakt.

Schiet je in met een maximale kogelbaanverhoging van 6 cm boven de richtlijn (Hm), dan zien we in de tekening hoe de drie lijnen (richtlijn - looplijn - kogelbaan) zich tot elkaar verhouden. De looplijn zal de richtlijn iets eerder snijden (op A, want de kogel zakt direct na het verlaten van de loop) dan de kogelbaan (op S1), maar in de praktijk is dit voor de jacht nagenoeg hetzelfde punt op circa 30 meter.

Voor de testen met de buks gebruikten we een schietkaartje. Hiermee konden we het praktijkgebruik van de laserpatronen benaderen. De basis van de Laser Bullet werd in een buks met kaliber .223 getest. Beide onderdelen (basis in adapter) werden daarna volgens de gebruiksaanwijzing steeds opnieuw in elkaar gezet en gegrendeld in een Remington Sendero .270. Ook de beide andere laserpatronen werden een tiental malen 'geladen'. Wij tekenden nauwgezet aan hoe dicht de verschillende middelpunten van de laservlekken op 40 meter bij elkaar lagen.

De uitslagen staan aangegeven in de laatste kolom van de tabel. Op de CaseMaster zagen wij voor de complete Laser Bullet (zie test 4 in de tabel) wel een kleine totaalgroep, maar bij het aanbrengen in de kamer sluipt er toch snel een onnauwkeurigheid in. Ondanks alle voorzorgen komt het merktekentje waarvan de fabrikant zegt dat altijd in één bepaalde positie te houden soms niet helemaal exact op dezelfde plaats in de kamer terecht.

De Rec-T-fire bleek onvoldoende betrouwbaar. De lichtvlekken waren over de hele A4 verspreid en deels daarnaast. Een afwijking van vier millimeter op één meter betekent een verschil van honderdzestig mm op veertig meter en dat wordt vierhonderd mm op 100 meter.

De Red-i was een heel stuk beter. Je kunt deze de kamer in schuiven zonder op de stand te letten. Alle tien vlekken zaten met hun middelpunt 'in een dubbeltje', een uitstekend, constant en betrouwbaar resultaat. Uit de testen komt de Red-i als beste tevoorschijn.

Bij onze testen bleek het afkomen van de lichtvlek van de Laser Bullet en de Red-i een stuk hoger te liggen dan de kogelbaan op 40 meter, die direct na het aftekenen van de laser met schoten werd geverifieerd. Dit zou kunnen betekenen, dat de kogels deze loop verlaten tijdens een naar beneden gerichte trilling van de loop. Corrigeer je de richtkijker, dan laat je de loop per klik met circa 0,4 MOA (dat is 6 mm op 100 meter) ergens anders heen wijzen en daarmee verandert in even sterke mate de plaats van de laserdot.

Afbeelding 3, richtkaart met daarop aangegeven het middelpunt van de 'dots' van de Red-i, drie echte inslagen en een lichtvlek van de laserpatroon.

Praktische toepassingen

1. Met een nauwkeurige laserpatroon kun je nu voor de eigen gebruikte munitie de relatie vastleggen tussen het richtpunt met de richtkijker en de plaats van de laserdot. Je tekent een dikke + op een stevig kaartje, waar je op richt met je richtkijker en je bepaalt een tiental keren het exacte afkomen van de laserpatroon en je tekent daarvan het middelpunt aan, bijvoorbeeld op 40 meter. Om te controleren of de kijker nog (of weer) goed staat (val van de buks, na een vliegreis, na hernieuwde kijkermontage) volg je een omgekeerde procedure. Prik het kaartje op 40 meter en richt nu de laserpatroon, dus de looplijn, op het daartoe aangegeven lichtrondje en het richtkruis zou dan op de + uit moeten komen. Doet de richtkijker dat niet, dan kun je bijstellen tot het richtkruis daar wel op rust. Herhaal die procedure een keer of drie, om eventueel verkeerd richten in verband met die parallax zo goed mogelijk te elimineren. Het afkomen met een betrouwbare laserpatroon lijkt dan voor de eigen munitie hersteld binnen enkele centimeters op 100 meter. Hoe groter de toleranties in de laserpatroon, hoe minder betrouwbaar de uitslag wordt.

2. Voor het monteren van een nieuwe kijker kun je een laserpatroon gebruiken om het globale afkomen te bepalen. Je laat dan het lichtvlekje en het richtkruis op 25 tot 30 meter samenvallen en je kunt er dan van uitgaan, dat de zaak ongeveer in lijn staat. Dat scheelt enkele patronen om dat anders te bepalen, maar proefschieten op 30 tot 50 meter geeft, in verband met de onvoorspelbare looptrillingen, meer zekerheid. Stel je daarop de kijker ietsje bij, dan kun je gaan inschieten op 100 meter. Vooral voor wapens waarbij je niet door de loop kunt kijken kan de laserpatroon een uitkomst betekenen.

3. Met een laserpatroon kun je bepalen, of het systeem van een inhaak- of zwenkmontage geen speling vertoont. Zet daartoe een schietschijf op bijvoorbeeld 50 meter en laat de laserpatroon in de kamer zitten. Teken de plaats van de lichtvlek aan. Haal nu enkele keren de kijker los en herplaats. Als het goed is, moet het richtkruis steeds op dezelfde plaats uitkomen als de laserdot op de aangetekende plaats gericht wordt! Doet de kijker dat niet, dan kun je bepalen hoeveel kliks je moet corrigeren of dat het beter is een nieuwe montage aan te schaffen. Frans Diepstraten onderzocht voor ons enkele zwenk- en zadelmontages van EAW en Blaser en die bleken geen afwijkingen te vertonen.

De laserpatroon is geen wondermiddel. Zo is het niet mogelijk om met een dergelijke patroon aan te geven:

of de loop onderhevig is aan wringen van het hout;
of het afkomen verandert bij hoogteverschil in het buitenland;
of het afkomen anders zal zijn bij grote temperatuurverschillen;
of er verschillen ontstaan na losmaken en vastzetten van kolf en metaal.
Een laserpatroon kan niet meer nauwkeurigheid in de buks brengen dan de accuratesse die de jager met minutieus inschieten heeft bereikt.

Conclusie

De betrouwbare laserpatroon geeft een extra stuk zekerheid nadat de buks met kijker heel kritisch is ingeschoten en alle controles uitgevoerd worden voor deze zelfde munitie. Het is een hulpmiddel dat in gevallen waarbij je niet met munitie kunt schieten een uitkomst kan zijn. Bij de montage van een kijker kan de laserpatroon enkele eerste schoten overbodig maken. De laserpatroon zal aangeven (na een keer voorbijschieten) dat er aan de afstellingen niets veranderd is waardoor het vertrouwen in de buks hersteld kan worden.

Bij een verificatie zal een nauwkeurig instrument twee tot drie centimeter van het oorspronkelijke afkomen op 100 meter kunnen bereiken.

Wil je nog meer zekerheid, dan zit er niets anders op dan op 100, 125 of 200 meter een groep van minimaal vijf kogels te schieten, de wens daartoe is individueel.

Een duidelijke waarschuwing is hier wel op z'n plaats. Het instrument is een hulpmiddel en mag nooit een plaatsvervanger betekenen voor het oefenen en correct inschieten.

Met dank aan Frans Diepstraten, die enkele proefnemingen voor ons deed en aan de firma Frans Mikx, die ons gastvrij onthaalde. Aan Menno Arents van dit bedrijf en aan de beheerders van de schietbanen te Elspeet en Biddinghuizen, waar wij vrijelijk de beschikking kregen over de schietbaan.

Opmerkingen? Commentaar? p/a
jan1.smit@wxs.nl

Publication: De Nederlandse Jager, 18 January 2001
Article: LASERPATRONEN: eerste indrukken uit de praktijk

     
     
     
 


 
Home | About Us | Products | Why Red-I | Distributors | Instructions | FAQ's | Contact Us | Sitemap | Blog | Articles | Marketing & SEO